Zoeken in dit blog

donderdag 8 juli 2010

OerkrachtToer – hoe de mensheid kan overleven

Dat het milieubeleid tot nu toe heeft gefaald, is volstrekt logisch. We zitten nog volop in de ontkenningsfase. Zo krijgt de oplossing van de financiële crisis topprioriteit van beleidsmakers, ze beseffen nog niet dat de schade van de milieucrisis veel groter is. Alsof geld belangrijker is dan frisse lucht, drinkbaar water en goed voedsel.

Een auto die optrekt met piepende banden. Een advertentie voor telefoonseks. Getoeter van vuvuzela’s bij een doelpunt op het WK voetbal. Allemaal onderdelen van de moderne beschaving en tegelijk uitingen van oergedrag. In dit geval zou ik het interpreteren als behoefte aan: aandacht, nageslacht en macht. Oergedrag kan mooi en leuk zijn, omdat het zo echt, ongecompliceerd is. Tegelijk kan het uitlopen op bezitsdrang of een strijd op leven en dood om een half procent marktaandeel.

We associëren oergedrag met moord, uitbuiting en wetteloosheid ... de oermens deed alles wat de spreekwoordelijke God van vandaag heeft verboden. Maar hij leefde wel in harmonie met de natuur en dat had nog lang door kunnen gaan, als we niet waren voortgeschreden in de richting van ‘de westerse beschaving’. Iets wat volgens Albert Schweitzer trouwens nooit heeft bestaan: “Het zou een heel goed idee zijn ...”

Het lijkt alarmerend dat de mens zichzelf betitelt als beschaafd en tegelijk (als enige soort op aarde) soortgenoten grootschalig doodt. Bovendien vernietigen we allerlei planten- en diersoorten, waarmee ons eigen voorbestaan op het spel komt. De oplossing daarvoor wordt al een jaar of veertig gezocht in chaotische fiscale maatregelen en dure campagnes, die maar niet werken. Een aantal mechanismen in onze samenleving is zo eenzijdig gericht op macht en materie, dat ecologisch wangedrag nog steeds loont. Het wordt tijd dat we deze mechanismen de andere kant op te laten werken, zoals de motoren van een straalvliegtuig het toestel kunnen voortstuwen, tijdens de vlucht, en afremmen, bij de landing.

In dit stuk wil ik aantonen dat de milieubeweging er goed aan doet om slimmer in te spelen op de oerkrachten bij de mens. Deze diep verborgen bron van gedragingen die soms moeilijk verklaarbaar zijn, vraagt dat de boodschap goed wordt ‘gebracht’. Soms kan oergedrag worden getransformeerd van destructief (bezitsdrang) naar constructief, door het overlevingsinstinct te richten op de langere termijn. Vervolgens wil ik met de vaste opbouw voor alle berichten in dit blog, verkennen hoe deze oplossingen praktisch kunnen worden uitgewerkt.

Advies aan: politiek en milieubeweging
Inzake: nieuwe visie op milieubewustzijn vanuit oerkracht
____________________________________________________________
Feiten
Echt ongelijk had Schweitzer niet, als je ziet dat mensen lukraak hun afval achterlaten, van patatbakje tot gifbelt. We zien overgewicht en andere sporen van overconsumptie. We zien ook lieden, onder meer in de top van financiële instellingen, die zich niet schamen voor het maken van exorbitante winsten, terwijl ze een beurskrach riskeren en de schade daarvan op de gemeenschap afwentelen. We zien een fixatie op economische groei, met als gevolg een steeds sterkere aantasting van hulpbronnen, een toename in de vervuiling van lucht, water en bodem. Alsof we Russisch roulette spelen, speculerend op technische ontwikkelingen die in de toekomst als bij toverslag de rotzooi zullen wegpoetsen. Ik sta niet afwijzend tegenover wonderen, maar het vooruitgangsgeloof gaat daarin wat mij betreft te ver.

Wat stelt de milieubeweging daartegenover? Schrikbeelden met afvalbergen, belastingverhoging en een verbod op alles wat God heeft toegestaan. En dan is er nog de kreet dat de mensheid leeft ‘in the age of stupid’, goed bedoeld, maar helpen doet het niet. Want tussen gelijk hebben en gelijk krijgen staan (soms onrechtvaardige of ongeschreven) wetten in de weg en praktische bezwaren, vaak emotioneel en onbewust van aard. Dat de mens voor het overgrote deel onbewuste keuzes maakt (zie onder meer het onderzoek van Harvard) is niet gemakkelijk te accepteren, maar het geeft ook grote mogelijkheden. Ons onbewuste is een krachtig systeem dat enorme hoeveelheden informatie uit onze zintuigen supersnel kan verwerken. En nog belangrijker: het is gericht op overleving, een thema waarmee we bij het milieuvraagstuk te maken hebben.

Dennis Meadows, oprichter van de Club van Rome, was eigenlijk een onheilsprofeet met zijn uitspraak dat de mensheid uit het raam is gesprongen ‘van de zoveelste etage’. Als dit klopt, is er niets meer aan te doen en hoeven we ook niets meer te doen. Dan kunnen we met z’n allen een ‘orgie van de ondergang’ vieren, zoals gebeurde in Berlijn, in de nadagen van WO II. Maar ik wil zelf graag mijn verantwoordelijkheid nemen en kijken wat er nog wel mogelijk is, tot de laatste hap adem. Hebt u dat nou ook, dan hoop ik dat u verder leest.

Het milieuprobleem is niet een probleem van chemische bedrijven die troep fabriceren, de auto-industrie of de luchtvaart. Het is een probleem in de hoofden van mensen omdat we allemaal in zekere mate schadelijke activiteiten uitvoeren, stimuleren of toelaten. De kern van het probleem ligt dus niet in de chemie, de kernfysica of de bedrijfskunde - of we als mensheid overleven hangt af van de vorderingen die we maken in disciplines als sociologie, psychologie, ethiek en communicatie.

Hoe kunnen we als mensheid onze houding veranderen, zodat we in plaats van ‘na ons de zondvloed’, zeggen ‘het klimaatprobleem laten we niet na aan onze kinderen, het blijft van ons’?

Analyse
Het op een rij zetten van mijn gedachten hierover, gebeurt bij lezing van het boek Het oergevoel – over vuur maken, sporen zoeken, sluipen en nog veel meer (auteur: Agnes Meijs). Dat boek vertelt hoe je een oerbeleving creëert voor volwassenen en kinderen. De belangrijkste vraag voor mij, wordt er niet in behandeld: hoe kan het dat we denken te beschikken over een maatschappij vol glorie, vooruitgang en raffinement, terwijl we te maken hebben met een aantal alarmerende verschijnselen? Zoals:
  • de kans dat we onszelf vergiftigen, dat we verhongeren of dat we verdrinken als de zeespiegel gaat stijgen
  • het vergaren van bezit geldt als kanalisering van territoriumdrift
  • het hechten van waarde aan materiële belangen, terwijl het opleggen van macht voor het nastreven hiervan, worden gezien als een uiting van beschaving
  • degenen die daartoe overgaan, propageren in feite het recht van de sterkste, ook wel ‘de wet van de jungle’ geheten. Maar dat is … het omgekeerde van beschaving.

Het komt trouwens in de jungle niet eens voor dat een oerbeest zijn omgeving vernietigt. Dat zou uitlopen op het zelfmoordscenario van Dennis Meadows, niet meer dan een slechte horrorfilm. Ik zie dan liever een natuurfilm waarin leeuwen en antilopes ongestoord drinken aan een poel. Al zit daar wel een randje horror aan: misschien is die poel binnenkort vergiftigd omdat één individu daartoe besluit, met verwijzing naar ‘de opdracht van de aandeelhouders en het belang van de werkgelegenheid’. En met dank aan de vergunning van de overheid.

In het blad re.Public las ik onlangs een interview met consultant Tom Bade die de milieubeweging aanraadt te stoppen met ‘madeliefjes tellen’. Kern van zijn betoog is dat door de fixatie op de ‘geelgerande kletskever’, het bedrijfsleven de kans krijgt ‘kletsverhalen op te hangen’. Om een serieuze factor bij de besluitvorming te zijn moet de natuur volgens hem een economische waardering krijgen. Dat kan een heel goed idee zijn, zoals ook al eerder in Nederland werd bepleit door milieueconoom Roefie Hueting en Nobelprijswinnaar wijlen Jan Tinbergen. Ik heb veel waardering voor de moed van een consultant om een pleidooi te houden dat onder zijn afnemers niet altijd populair is. De financiële schade van het milieuprobleem is natuurlijk enorm, afgezien nog van aspecten die heel moeilijk te begroten zijn. Verder denk ik dat een financiële waardering van het milieu niet genoeg is om de strategie van de milieubeweging succesvol te maken, als het doel daarvan niet ligt in het werven van fondsen voor campagnes, maar in een effectief milieubeleid.

Ik denk dat mensen bij het maken van individuele keuzes gestimuleerd kunnen worden om rekening te houden met het milieu door vertrouwen te scheppen dat hun bijdrage wordt gezien als zinvol, gangbaar en waardevol. Dat wil zeggen dat iedereen die iets doet voor de natuur weet: dat het helpt, dat hij niet de enige is die een inspanning levert en dat de intentie ervan gewaardeerd wordt. En zover is het nog lang niet, door gebrek aan een aantal factoren, zoals:
  • reflectievermogen bij iedereen die het milieubeleid aan het hart gaat (beleidsmatig op macroniveau en individueel op microniveau) of de eigen inspanningen en mogelijkheden tegen elkaar opwegen
  • moed en leiderschap bij machthebbers, zowel bij de overheid en de media als bij het bedrijfsleven
  • vertrouwen en transparantie
  • aandacht voor irrationele behoeftes. Tot nu toe wordt geprobeerd de noodzaak van een goed milieubeleid duidelijk te maken door het geven van informatie, alsof mensen voortdurend bewuste en rationele keuzes maken, wat niet het geval is
  • waardering voor intenties van oergedrag, ook als dat onnodig en schadelijk is, want het was nodig voor het instinct om te overleven in de tijd dat de mens in de evolutie werd gevormd. Zo was fixatie op de korte termijn soms nodig om te overleven: je hebt niets aan overvloed over een week als je bang bent voor die tijd van de honger om te komen.

Moed en leiderschap bij machthebbers is belangrijk omdat zij niet alleen directe invloed hebben, maar ook dienen als boegbeeld van de samenleving, degenen die het voorbeeld geven. Professor Mauk Mulder heeft mij duidelijk gemaakt dat het bezit van macht gepaard gaat met een aparte logica waarin drie gewoontes met name in het oog springen:
  • iedereen die macht heeft wil meer macht
  • hoe groter het verschil in macht tussen twee personen of organisaties hoe sterker de neiging van de machtigste om het verschil nog verder te vergroten
  • het bezit van macht gaat gepaard met ontkenningen (‘ik wil helemaal geen macht’), angst voor verlies van macht en het ontwijken van argumentatie.

Dit schept een voedingsbodem voor machtsmisbruik, maar laten we daarmee niet macht als ongewenst bestempelen. Mulder zelf zegt dat macht heel nuttig is voor alle betrokken partijen, mits op transparante wijze uitgeoefend: met heldere verhoudingen en in open overleg. Dat dit moeilijk en ongebruikelijk is komt ongetwijfeld ook weer door de biologische achtergrond van de mens toen het voor overleven noodzakelijk was om de aanwijzingen van de machthebber snel op te volgen. De neiging tot machtsmisbruik en tot het blind meewerken daaraan, zit dus in ons allemaal. Het is daarom beter die neiging te hanteren, dan deze te veroordelen. Zoals Christus zei ‘waarom ziet gij de splinter in het oog van de ander en niet de balk in uw eigen oog?’.

Conclusies met verwachting
Tot nu toe heeft de milieubeweging altijd geroepen ‘het moet-het moet-het moet’. Maar dat boeit mensen niet, zij willen wat anders weten:
  • kan het ook, is het praktisch haalbaar?
  • heeft het zin dat ik wat doe, wat is het effect?
  • wat verlies ik aan comfort?
  • wat kost het mij extra aan tijd en geld?
  • wat moet ik doen en hoe kom ik aan informatie?

Op deze vragen wordt nog te vaak alleen een rationeel antwoord gegeven, met tv-spots, foldertjes en websites. Wat veel beter zou werken is het creëren van een beleving om te ervaren hoe het is om een stap in de richting te zetten van bijvoorbeeld energiebesparing.

Verder denk ik dat het creëren van transparantie en vertrouwen centraal zou moeten staan. Van daaruit kan de controle op machtsuitoefening versterkt worden, kunnen leiders mandaat krijgen (met verantwoording achteraf) voor het uitoefenen van hun taak en kan er een open uitwisseling komen over behoeftes, intenties en de bijdrage daarvan aan het behoud van de leefomgeving.

Ik hoop dat degenen die bekend zijn met de noodzaak hiervan, erin slagen om het milieubesef meer tot het onbewuste van de mens te laten doordringen, waar gewoontes heersen en waar gedrag wordt gevormd vanuit emoties. Lukt dat niet, dan zal het tempo waarin bodem, water en lucht vervuild raken, steeds verder toenemen en wordt de schade die we toebrengen steeds meer onherstelbaar.

Toekomst met advies
We hebben nu vastgesteld aan welke voorwaarden een effectieve communicatie over het milieu moet voldoen, zodat de mensheid gemotiveerd raakt om verantwoordelijkheid te nemen en het voortbestaan van onze soort niet langer in gevaar is. In deze paragraaf wil ik aangeven welke instrumenten denkbaar zijn voor het bereiken van de gewenste gedragsverandering en hoe daarbij ethische afwegingen kunnen worden gemaakt.

Het kweken van vertrouwen betekent het scheppen van keuzevrijheid, betrokkenheid en transparantie (zo heb ik geleerd van Tica Peeman). Transparantie is van belang omdat goodwill voor een krachtig milieubeleid alleen kan worden gewonnen door de lasten eerlijk te verdelen. Meewerken aan een milieumaatregel wordt momenteel vaak gezien als een sociaal offer, een vorm van zelfvernedering, zolang niet zeker is of anderen een vergelijkbare bijdrage leveren. Transparantie betekent daarom dat iedere betrokkene antwoorden heeft op de volgende vragen:
  • wat is het target van de maatregel?
  • welke bijdrage wordt van mij verwacht?
  • wat zijn de diverse bijdragen die anderen leveren?
  • wat staat er voor mij tegenover, wat is het voordeel? Dat kan een materieel en individueel voordeel zijn (bijvoorbeeld subsidie), maar ook iets heel anders, bijvoorbeeld een goed gevoel of een collectief voordeel in de vorm van schone lucht
  • wat gebeurt er als het beleidstarget niet wordt gehaald, komen er dan extra maatregelen?
  • wat gebeurt er bij overschrijding van het target, krijg ik dan bijvoorbeeld geld terug?

Wat de voordelen betreft, die moeten positief geformuleerd zijn, dus niet het uitstellen van een schrikbeeld. In plaats van ‘zo helpt u voorkomen dat diersoort X morgen uit dit gebied verdwijnt’, is een betere boodschap: ‘zo helpt u te zorgen dat diersoort X zich hier langdurig thuis voelt’. Schrikbeelden hebben als positieve functie dat ze mensen wakker maken en een urgentie aangeven, maar ze brengen mensen niet in beweging, laat staan dat ze richting geven aan het gewenste gedrag. Een schrikbeeld helpt alleen als het heel concreet en dichtbij is (van de uitroep ‘brand’ in een bioscoop mag direct resultaat worden verwacht). Zijn de effecten wat verder weg in tijd en ruimte, dan heeft het vooral de functie van een wekker met een kapotte bel. Hij geeft de goede tijd aan, maar is niet geschikt om je uit de droom te helpen.

Daarnaast is het nodig te beseffen dat we ons op het terrein bevinden van gedragsbeïnvloeding. Een delicaat onderwerp, alleen al door het risico van manipulatie. Daar zitten ethische bezwaren aan plus het risico dat onbewust weerstand ontstaat die woekert als een veenbrand en uiteindelijk in manifeste vorm niet meer te bestrijden is. Wat er gebeurt als latente ongenoegens tot uitbarsting komen, bleek bijvoorbeeld tijdens de Fortuynrevolte in 2002

Een diepgeworteld ethisch gevoel zit verankerd in het spreekwoord: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Positief geformuleerd: Wat gij wilt beleven, dat ook uw naaste geven. Als iedereen dat doet ten behoeve van zichzelf, familie, buren, vrienden en collega’s, dan komt de vrede op aarde dichterbij en is er ook geen behoefte aan materiële compensatie van emotioneel gemis.

Inspelen op onbewuste motieven moet gebeuren in een precair evenwicht, het moet niet uitlopen op manipulatie, maar wel gericht op het nemen van bewuste besluiten die in overeenstemming zijn met de eigen normen en waarden. Om deze grens niet te overschrijden lijkt het mij raadzaam om de volgende criteria aan te houden bij het nastreven van gedragsverandering:
  • bespreek de motieven van je boodschap: de feiten die je ziet, de gevolgen ervan en de mogelijke oplossingen. Bijvoorbeeld: duurzame bedrijven hebben een achterstand in de concurrentie ten opzichte van bedrijven die niet duurzaam opereren. Dit is schadelijk voor het milieu en voor de werkgelegenheid (duurzaam werken is vaak iets meer arbeidsintensief), een oplossing kan zijn om duurzame producten onder het lage BTW-tarief te laten vallen
  • vraag andere betrokkenen (individueel of via onderzoek) naar hun visie: de feiten zoals die beleefd worden, de gevolgen, behoeften en oplossingen
  • ga hierover zoveel mogelijk expliciet in dialoog, ook als er tegenstrijdige belangen zijn, en zelfs als je weet dat de gesprekspartner de hakken in het zand heeft gezet
  • ga altijd in op vragen
  • wees authentiek
  • geef het goede voorbeeld door de normen en waarden die je wilt overdragen aantoonbaar zelf na te leven.

Tot slot van de paragraaf advies, nog enkele andere aspecten van ons instinct als bron van gedragsverandering. Instinctief is de mens gericht op overleving: van zichzelf, van het eigen nageslacht en van de soort als geheel. Daarom vergaren we rijkdom: we jagen status na zodat onze kinderen een goede partner kunnen vinden en we willen ze in luxe laten opgroeien, zodat het ze aan niets ontbreekt. Het is juist die eenzijdige drang tot overleven die als een boemerang op ons terugslaat. We moeten leren te beseffen dat in de huidige situatie van schaalvergroting en overbevolking, het najagen van materieel gewin onze overlevingskansen juist beperkt in plaats van vergroot. Inspelend op dat instinct moet de boodschap zijn ‘wil je een goede toekomst voor je kinderen, zorg dan voor een leefbare aarde’.

Een ander fenomeen uit de oertijd wordt gevormd door rituelen. Indertijd werden die gebruikt voor religieuze doelen en voor het markeren van een levensfase. Ik geloof niet dat er nog een heel algemene behoefte is om dit publiekelijk te beleven. Wat betreft levensfasen zijn het verschuiven van bedtijd bij het opgroeien van een kind, de verhoging van het zakgeld en de aankoop van een spelcomputer misschien al rituelen op zich. Een nieuwe gelegenheid voor een ritueel kan zijn om de dankbaarheid van een gemeenschap uit te drukken dat een of meer leden hun verantwoordelijkheid voor de leefomgeving nemen. Zijn er de afgelopen maand weer drie zonnepanelen in de wijk aangelegd? Vergeet dan vooral niet een wijkfeest te organiseren om degenen die daarvoor inspanning hebben geleverd te bedanken: zoals de bewoners van de betreffende huizen en degenen die bij de aanleg hebben meegeholpen, betaald of onbetaald.

Door deze oerbegrippen positief in te zetten, zal meewerken aan een milieumaatregel niet meer worden ervaren als een zwaar offer en een onnodige vorm van zelfvernedering. We bepalen als samenleving dat milieubewust leven geen aantasting betekent van de eigen sociale status, maar juist een verhoging daarvan. De kansen van kinderen om een goede partner te vinden, worden daarmee niet verkleind, maar vergroot.

Om het imago van doemdenkers nog wat verder te ontkrachten, is ook het gebruik van humor denkbaar. Dit kan helpen te bereiken dat ideeën voor milieubehoud wat minder met emoties als angst en woede worden geassocieerd en wat meer met pret. Ook een oergevoel.

Een ingrijpende omwenteling ligt in het verschiet voor de mensheid om te overleven. Een kleine groep pioniers is bezig deze krachttoer in banen te leiden. Wie dit leest, hoort daar waarschijnlijk al bij. Vergeleken met het proces dat de mensheid moet doormaken is de koerswijziging die ik bepleit voor de milieubeweging niet meer dan een peulenschil. Of misschien wel een bananenschil, want overal in de samenleving dreigen veranderingsprocessen nogal eens te mislukken, ondanks dure consultants, grote campagnes en een hoge urgentie.

Tegelijk is het een mooie uitdaging om de mensheid voor te gaan in een veranderingsproces en te zeggen ‘ik zal me voortaan onthouden van vermaningen en scoren op de korte termijn’. Ik hoop dat iedereen met milieubesef daar de voordelen van inziet, en voortaan het menselijk gedrag met mildheid beziet. Inclusief het eigen gedrag … je bent ook maar een mens. Dat is een mooie, geruststellende oerbeleving. Misschien wel een open deur, maar waren er wel deuren in de oertijd?

In een binnenkort te verschijnen nieuw blogbericht De onmacht van daadkracht, zal ik concrete vormen van gedragsverandering belichten, met de effectiviteit daarvan.

Samenvatting
De mensheid gaat maar door met het toebrengen van grote schade aan de leefomgeving, terwijl de gevolgen al tientallen jaren bekend zijn. Het besef is tot nu toe vooral rationeel van aard, het is nog nauwelijks geland in het onbewuste, nog onvoldoende vertaald naar emoties en dus ook niet naar concreet gedrag. Dat is niet verwonderlijk omdat dit gedrag kan worden geassocieerd met zelfvernedering, een keuze die op basis van de oeroude behoefte aan respect niet door veel mensen wordt gemaakt.

Dergelijke behoeftes zijn authentiek, logisch en dus legitiem, vooral omdat ze noodzakelijk waren om te overleven in de oertijd. Door begrip te hebben voor de oorspronkelijke intenties van gedrag dat schade toebrengt aan de leefomgeving, kan een herbezinning op gang komen met ruimte voor nieuwe keuzes in een positieve richting. Zo kan bijvoorbeeld overlevingsdrift leiden tot vervuiling en overconsumptie, terwijl het met iets meer aandacht voor de langere termijn heel constructief kan werken. Dit verandert niets aan de ernst van de situatie maar wel aan de bereidheid van mensen om de consequenties onder ogen te zien en keuzes te maken voor een gepaste verandering van gedrag, in het belang van zichzelf en hun nageslacht.

Wie een leefbare aarde voorstaat en de mensheid een kans wil geven om te overleven, doet er goed aan dit onder ogen te zien. De neiging tot het scheppen van schrikbeelden is heel begrijpelijk, het effect is echter averechts. Wees dus mild en empathisch voor degenen die u oproept tot gedragsverandering.

__
Uw commentaar is uiteraard welkom in het veld hieronder. Hartelijk dank.
Om te downloaden:

Verdere links:
Naast Het oergevoel is er nog een boek over dit onderwerp: Oerkracht van Els Kikke. Daarnaast heeft ook Agnes van den Berg veel onderzoek gedaan naar natuurbeleving, onder meer over de savanne als oerbeeld van de omgeving.
Oerprincipes voor corporate (imagogerichte) communicatie heb ik niet op internet gevonden. Wel worden bij marketing (verkoopgerichte communicatie) zogenaamde ‘tribale principes’ gehanteerd, gebaseerd op de stammensamenleving waarin de mens ooit leefde. Hierbij gaat het niet primair om oerinstincten maar alleen om het creëren van een merkgevoel door interactie binnen kleine gemeenschappen. Zie bijvoorbeeld:
Webpagina's over gedragsverandering (voor behoud van de natuur):
Een verkort url voor het blogstuk op deze webpagina: http://bit.ly/OerkrachtToer . 

      2 opmerkingen:

      1. Het besef aankweken van samenhang met de kosmos is verrassend genoeg een religieus iets. Het Latijnse woord religare, waarvan het woord religie is afgeleid, betekent oorspronkelijk 'in verbinding brengen'. Wanneer het besef van kosmische samenhang ontbreekt, ontstaat chaos. Het Griekse woord kosmos betekent oorspronkelijk dan ook orde. Het functieverlies van de klassieke religies in onze samenleving is een uiterst zorgelijke ontwikkeling. Hoe kan uit deze wanorde opnieuw een besef van samenhang worden gecultiveerd? Daarbij hebben wel degelijk rituelen een cruciale functie. Het kenmerk van een ritueel is nou juist om de band met de grotere kosmische orde tot uitdrukking te brengen.

        Het belang van kosmologie kan zo bezien duidelijk zijn. We praten dan over een nieuw Groot Verhaal. We maken deel uit van een wordingsgeschiedenis van miljarden jaren. Wetenschap en religie zijn bondgenoten van elkaar!

        BeantwoordenVerwijderen
      2. Thanks for your great information, the contents are quiet interesting.I will be waiting for your next post.
        zonnepanelen

        BeantwoordenVerwijderen