Zoeken in dit blog

vrijdag 16 oktober 2015

Ik 'verhef je stem' door beter te luisteren


Hoe maak ik me verstaanbaar zonder meer-van-hetzelfde?


Raise your voice is het thema van Blog Action Day dit jaar. Een heel begrijpelijk thema in een roerige tijd met een kakofonie van oordelen, emoties, behoeftes en argumenten. Tegelijk roept het weerstand bij me op: als ik mijn stem verhef wordt het lawaai alleen maar erger. Als mijn doel is om gehoord te worden, wat kan ik dan doen? Ik gebruik net als in eerdere blogs de indeling Verwoorden, Verdiepen, Verbeelden, Verbinden, Vormgeven en Verwezenlijken.

1-Verwoorden

De behoefte om gehoord te worden is begrijpelijk. En wanneer die behoefte niet is vervuld heb ik de logische neiging om harder te praten. Ik doe dat ook, al ben ik er niet trots op. Het idee dat ik niet gehoord zal worden kan op een bepaald moment wel eens onverdraaglijk zijn en dan wil je zo snel mogelijk dat euvel herstellen. Verder heb ik, net als iedereen, de behoefte om iets bij te dragen aan het grotere geheel. Daarvoor is contact nodig, om duidelijk te maken wat je voor anderen kunt doen en wat je van ze vraagt. Bovendien gaat het ook nog om veiligheid: als je niet wordt gehoord kan dat worden opgevat als een vorm van buitensluiten en dat is emotioneel zwaar.

Er is dus sprake van drie behoeftes: aandacht, zingeving en veiligheid. Kom ik met stemverheffing tegemoet aan die behoeftes of kan dat beter op een andere manier? Hoe maak ik mijn schreeuw om aandacht verstaanbaar en hoe hoor ik de ander?

2-Verdiepen

Stemverheffing is allesbehalve nieuw, de neiging ertoe dateert niet van vandaag of gister. Mensen dachten altijd al hun boodschap kracht bij te zetten door macht in te zetten. Stemvolume is een stukje macht. Macht tegen macht, meer van hetzelfde. Net als bij de inzet van andere drukmiddelen (cynisme, wapens) is er kans dat het zicht op de inhoud verloren gaat. Het doet denken aan de natuur, waar de strijd om een vrouw of een territorium wordt beslist door het recht van de sterkste. Fysieke kracht wint van logica en argumenten.



Een politicus waarvan bekend is dat hij zich graag bedient van stemverheffing en krachttermen is Geert Wilders. Ooit bestreed hij het standpunt van een ander Kamerlid met de aanduiding 'die verschrikkelijke Job Cohen', zonder verdere toelichting. Deze aanpak leverde hem recent weer een paar zetels op, volgens Politiek Blog.

Overschreeuwen

In dit fragment van het NOS journaal betitelt hij de zogenaamde 'constructieve oppositie' als 'destructieve oppositie' (na 0.25 seconden). Communicatief gezien is dit opmerkelijk omdat Wilders altijd zichzelf positioneert als degene die het kabinet onderuit haalt. Bovendien roept hij hiermee een bepaalde sympathie op voor het kabinet dat moet samenwerken met deze partijen. Schreeuwen kan dus ook averechts werken, al is dat in dit geval waarschijnlijk een sluipend proces.

Het is natuurlijk heel gemakkelijk om rechts te bestempelen als schreeuwers. Doen anderen dat niet? Zeker wel: Christenen hebben het lied Verhef je stem over de strijd met een onbekende vijand (tekst staat hier en er is ook een versie op youtube).

Strijdlied

De ideële organisatie Oxfam Novib pleit voor stemverheffing tegen haatzaaien. En dan is er nog het linkse strijdlied Zo hard als je kan (zoek met Ctrl-F). Gelukkig wordt daarin een evenwichtige positie gekozen tussen 'doden namens de goden' en 'haatzaaien om vuur op te laaien', maar een sensitief luisterliedje is het nou ook weer niet.

3-Verbeelden

De neiging tot stemverheffing heeft met veiligheid te maken, schreef ik hierboven. Ik kan me niet veilig voelen als er een kans is dat ik mensen met haatgevoelens tegenkom: stel dat ze gewapend zijn met een bom. De vraag is dan niet of ik ze hun gang laat gaan, de vraag is welke rol mijn stemvolume kan spelen om mezelf en anderen te beschermen. Mijn stem zal het afgaan van bommen niet voorkomen en kan ook het geluid ervan niet overtreffen of doen verstommen.

Argumenten, behoeftes, visie

De oplossing ligt voor mij dus niet in de hardste stem, maar in de richting van argumenten, behoeftes en visie. Als we elkaar kunnen vertellen waar we heen willen en begrijpen wat er voor nodig is om daar te komen, hoeven we alleen nog de mogelijkheden creatief te combineren. Dan kan de lamme de blinde leiden, terwijl die de lamme draagt.

Kortom, ik hoop te horen wat een ander schreeuwt, gilt of brult …. van woede, verdriet, onmacht of plezier, zonder dat ik daartoe zelf overga. Al zal dat best wel eens gebeuren. En ik vind de vraag waarom dit gebeurt belangrijker dan wat er letterlijk wordt gezegd. Te midden van die oorverdovende signalen wil ik harthorend zijn, zodat het gebruik van oorverdovende middelen steeds meer kan worden voorkomen.

4-Verbinden

Kortom: laten we stemverheffing niet promoten en evenmin verbieden, maar er juist de ruimte voor geven. Dan kunnen we een sfeer scheppen van aandacht waarin iedereen zich gehoord voelt. Wie geen gehoorapparaat nodig hebt, kan de stem van een ander het beste verheffen door beter te luisteren.

5-Vormgeven

Hoe kunnen we dat concreet aanpakken? Enkele mogelijkheden:
  • er is de uitspraak van Stepen Covey “First seek to understand (zie beeld) …” Ook al zit je nog zo vol met irritatie, angst of verdriet, besef dat dit voor de ander ook kan gelden. Luister eerst en spreek daarna
  • er zijn waardevolle technieken als NVC, TA en de Roos van Leary waarover ik op een andere website uitleg heb gegeven
  • stel je oordeel uit. Zolang je niet in de schoenen van de ander hebt gestaan kun je niet oordelen over diens intenties en overwegingen. Een oordeel uitstellen is niet gemakkelijk, maar iedere seconde telt … zelfs een fractie van een seconde is al winst.

6-Verwezenlijken

Kies uit het volgende mogelijkheden één tip op één lijstje en ga daarmee aan de slag: iets wat je aanspreekt. Het is een willekeurige selectie van links naar zinvolle tips:
Links
Een eerder blog over NVC is: Willen we geweld lozen? 
http://www.blogactionday.org/
Klik voor de website van Blog Action Day.

donderdag 16 oktober 2014

MisVerstanden rond gelijkwaardigheid

Hoe scheppen we vertrouwen in respect en waardering?


Dit blog gaat over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Toen Blog Action Day als thema voor 2014 afkondigde inequality, bedacht ik dat ik over dit onderwerp enkele eieren heb te leggen. Ik denk ook dat dit gewenst is om tot meer duidelijkheid, respect en waardering te komen. En omdat ik vooral wil benoemen wat ik nastreef (dus waar ik voor ben), transformeer ik het thema tot equality, gelijkwaardigheid.

Niet alles wat ik beweer zal bij iedereen in goede aarde vallen. Ik loop risico dat een zwak punt in mijn verhaal punt onder vuur wordt genomen of dat onjuiste interpretaties de overhand krijgen. Ik ben voorbereid op razernij ... dat verandert niet wat ik te zeggen heb. Ik doe dat volgens de indeling van appreciative inquiry, een methode die ik als waardevol ervaar omdat wordt uitgegaan van positieve uitgangspunten en richtpunten. Daarom hanteer ik de indeling: Verwoorden, Verdiepen, Verbeelden, Verbinden, Vormgeven en Verwezenlijken.

Dit artikel bevat algemene uitspraken over mannen en vrouwen, in het besef dat ieder individu ongelijk is en dat algemene uitspraken dus nooit helemaal waar zijn. Zoals een plattegrond nooit identiek is aan het gebied dat erop staat, maar wel handig om de weg te vinden. Mijn uitgangspunt is dat mensen (M/V) juist door hun ongelijkheid elkaar aanvullen en nodig hebben, dus gelijkwaardig zijn.

1-Verwoorden

"Mannen spelen de baas op deze wereld." Stel je hebt een balorige bui en je zegt dat in gezelschap. De reacties zijn voorspelbaar, sommige vrouwen laat het koud, anderen tonen zich nieuwsgierig en er is altijd een garantie op gekrenkte blikken. Dat verandert allemaal zodra je zegt "De baas spelen is heel wat anders dan de baas zijn." Even is het stil en dan breekt het gegiechel los. "Wat zijn mannen toch een sukkels, ze hebben niet eens in de gaten dat ze niets in te brengen hebben."

Het verwondert mij altijd weer dat de boze blikken die net nog van plan waren te strijden voor gelijkwaardigheid, blijkbaar van mening zijn veranderd. Hoe komt dat? En als vrouwen zo machtig zijn, waarom maken ze dan niet direct een eind aan aan verschillen in beloning en kansen op de arbeidsmarkt? Om maar te zwijgen van oorlogen en domme machtsspelletjes in de politieke arena.

Non-verbale signalen

Ik hoor mannen en vrouwen frequent zeggen dat ze gelijkwaardigheid willen. Tegelijk ervaar ik vaak non-verbale signalen van het omgekeerde. Bijvoorbeeld mannen die in hun gedrag uitstralen dat ze de behoeftes van een vrouw irrelevant vinden. Of vrouwen die praten over mannen met een cynisme dat ze niet zouden pikken, wanneer mannen op die manier over hen zouden praten.

Het schijnt dat mensen instinctief geneigd zijn degene met een lage stem tot machthebber te benoemen.
Dat zou macht voor mannen kunnen rechtvaardigen, maar zij kunnen hun seksuele drift minder goed beheersen wat hun positie toch erg weer kwetsbaar maakt. Ik heb nog niet begrepen waarom het bezit van een vagina reden zou zijn om regels te mogen stellen, zoals ik ook nooit heb geloofd dat de aanwezigheid van een penis daarvoor een aanleiding is.

2-Verdiepen

Ik denk dat hier behoeftes spelen aan duidelijkheid over wederzijds respect en waardering.
Uit eigen beleving kan ik zeggen: bij veel mannen is onduidelijk wat er precies van ze wordt verwacht. Wat ik meen te zien is dat mannen die hun machokant ontwikkelen en tonen, die dus heel seksgericht zijn en neerkijken op huishoudelijk werk, veel meer seks krijgen dan mannen die doen wat vrouwen zeggen te willen. Ik denk dat het goed is als onderzocht kan worden of dit klopt en, zo ja, waarom het zo gaat.

Smalend

Ik ervaar dat mannen te smalend horen krijgen dat ze maar één ding tegelijk kunnen, terwijl ze toch 26 dingen tegelijk fout doen. De criteria voor wat fout is zijn aan verandering onderhevig en vertonen tekenen van willekeur. De kans bestaat dat als je die stroom aan verwijten probeert te onderbreken met een vraag of nuancering, je horen krijgt dat je niet kunt luisteren, waarmee verwijt 27 zich aandient.

Nou schijnt van een man te worden verwacht dat hij op zo'n moment ho zegt. Maar de leerervaring waar je naar op zoek bent wordt steeds meer een speld in een hooiberg en je voelt je een zwakkeling, je partner onwaardig en niet in staat tot enige vorm van overzicht of daadkracht. Terwijl dat is wat je nodig hebt, als ik de Amerikaanse therapeute Laura Berman moet geloven die bij Oprah Winfrey zei: “Vrouwen hebben zoveel behoefte aan controle en ze kunnen ook zoveel tegelijk, dat ze ook hun man willen controleren. Als een man niet meer gelijkwaardig is, een kind voor ze is geworden, dan ontdekken ze ineens dat ze hem niet meer aantrekkelijk vinden.”

Deze mevrouw wil scheiden van haar man “Want hij is zo lief.

3-Verbeelden

De documentaire Spitfire women vertelt het bijzondere verhaal van vrouwen die tijdens WOII werkten als piloot voor de RAF, toen er te weinig mannen waren. Ondanks hun moed en inzet kregen ze veel tegenwerking omdat de hiërarchie van de RAF eraan moest wennen. Dankzij volharding, humor en natuurlijk vakkundigheid lukte het uiteindelijk om respect te krijgen. Ook het netwerk was cruciaal: een dochter van een parlementslid kon goed vliegen en deed pionierswerk, samen met een topman van de RAF. Een van de vrouwen gebruikte vlak voor de landing vaak lippenstift, “Zodat ik er bij aankomst goed uitzag.” Een ander vertelt “Wanneer ik voorovergebogen stond en een kneep in mijn kont kreeg, werkte ik me naar buiten om te zien wie dat deed. Ik kon niemand vinden en moest lachen, zo won ik de goodwill van de mannen.”

Mijn manier

Dit doet mij denken aan het lied van Jaap Fischer:
“Ik houd van jou op mijn manier
En is dat niet je eigen
Houd dan van mij op mijn manier
Of tracht me klein te krijgen”
Klik hier voor de tekst en voor de uitvoering op Youtube.

4-Verbinden

Als je ziet hoe vaak vrouwen gelijk hebben, hoe zij hun wereld beleven, dan denk ik dat het als man heel verstandig is daar bewondering voor te hebben. Maar dat houd ik niet vol zodra er verschijnselen van een machtsstrijd ontstaan. Macht en waarheid verdragen elkaar slecht en nog belangrijker: de fascinatie die (bijna) elke vrouw in mij oproept valt weg.

Vrouwen hebben voor alle problemen een standaardoplossing: praten. Volkomen terecht en belangrijk, alleen hebben mannen het nooit geleerd. Dat was ook helemaal niet nodig gedurende tienduizenden jaren, mannen waren geschikt voor zwaar werk. Ze renden dagenlang achter een prooi aan om hun gezin te kunnen voeden. Ze mochten niet eens op het idee komen om de weg te vragen tijdens hun strooptocht, want een man die zelf de weg niet kon terugvinden werd als partner direct afgedankt.

Wie zwijgt stemt toe

Het onvermogen tot praten zal de reden zijn dat mannen zwijgen als ze een verwijt niet kunnen plaatsen. Ze denken dat hun partner even wat frustraties kwijt wil en zijn daar loyaal voor beschikbaar: 'ik zal haar niet confronteren met de nonsens die ze uitkraamt'. De interpretatie bij die partner kan zijn 'wie zwijgt stemt toe' en daar komen dan verwachtingen uit voort die niet worden waargemaakt met als gevolg dat de irritaties alleen maar toenemen.

Willen we de verbinding terug, dan zal veel wederzijdse empathie nodig zijn en bereidheid tot luisteren. Managementguru Stephen Covey zegt daarover 'wees bereid begrip te hebben, voordat je begrip vraagt'. Vrouwen begrijpen dat is voor mij nog een brug te ver, maar ze moeten wel kunnen rekenen op mijn onvoorwaardelijke respect, dat onvoorwaardelijke betekent zo nodig: duidelijkheid scheppen over het respect dat je geeft voordat je respect krijgt.

5-Vormgeven

Laten we onder gelijkwaardigheid verstaan:
  • vergelijkbare verantwoordelijkheden: rechten en plichten, met ruimte voor expressie, ontplooiing en aandacht
  • uitwisseling op basis van dialoog: vanuit wederkerigheid streven naar begrip en overeenstemming, zonder dat de inhoud daarvan vooraf bekend is.

Ruw

Het spreekwoord luidt 'verbeter de wereld, begin bij jezelf'. Ik denk: en dan je kinderen. Dat wil zeggen, naast aandacht voor assertiviteit, ambities en kwaliteiten van meisjes (onder meer bepleit door ex-president van de VS Jimmy Carter). En daarnaast ook aandacht voor de opvoeding van jongens:
  • omgaan met gevoelens en intimiteit, ook het uiten van behoeftes hieraan
  • beschikbaarheid voor huishoudelijk werk
  • ruimte om zich fysiek te uiten op een manier die vrouwen 'ruw' noemen
  • assertiviteit tegenover de wijze waarop vrouwen macht proberen uit te oefenen

Voor het scheppen gelijkwaardigheid in de financiële beloning van mannen en vrouwen heb ik een ander idee. Ik pleit voor de oprichting van een vereveningsfonds waarin mannen die merken dat ze meer verdienen dan vrouwen met een vergelijkbare functie, een deel van het surplus kunnen storten (bijvoorbeeld de helft). Vrouwen die denken minder te verdienen dan mannen kunnen op dit fonds een beroep doen. Het zal hierbij niet om grote aantallen en bedragen gaan, het fonds zorgt voor permanente maatschappelijke discussie en voor imagoschade bij werkgevers waarvan de vrouwelijke medewerkers een aanvraag doen. De druk die daarvan uitgaat zal een proces op gang brengen waarbij uiteindelijk geen enkele werkgever wil achterblijven.

En natuurlijk is er meer nodig voor het scheppen gelijkwaardigheid voor wie dat wenst, gelukkig hoef ik al deze ideeën niet zelf te bedenken.

6-Verwezenlijken

Met dit blog heb ik gepoogd een perspectief te geven op de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Iedereen geeft zichzelf het groene licht om hierin te participeren, steun en inspiratie van anderen is daarbij stimulerend, maar uiteindelijk is de keuze aan ieder individu. Ik wens iedereen hierbij respect, vertrouwen en verbinding.

Pussy

Nog even over dat plaatje hierboven waarin twee dames pretenderen dat ze macht ontlenen aan hun pussy . Wetende van sitcoms dat dit woord niet alleen poes betekent, maar ook watje, zeg ik: 'a pussy wil allow you to make all the rules'. Soms wordt gelijkwaardigheid gezocht en ook wel eens bevochten.

Links

Eerdere stukken van mij over dit onderwerp:
Eveneens in het kader van Blog Action Day 2014 schreef ik: Gelijkwaardigheid van ebola, IS en Zwarte Piet.

woensdag 9 april 2014

Generatieve journalistiek geeft synergie


Waarderend onderzoek naar innovatie in journalistiek
Heel veel organisaties denken volwassen te communiceren. Ze zeggen dat te doen in dialoog met hun doelgroep en gericht op vertrouwen. Omdat klanten en medewerkers kennis bezitten die voor de formulering en de uitvoering van de strategie nodig of behulpzaam is.


In de praktijk wordt dit voornemen niet altijd waargemaakt. Soms worden belangrijke feiten achtergehouden, of wordt dat zo ervaren. Soms krijgt de redactie van een personeelsblad vlak voor de deadline te horen dat bepaalde onderwerpen wel of juist niet behandeld moeten worden. En sommige relatiemagazines staan vol met informatie die weliswaar inhoudelijk klopt en die heel belangrijk is voor de afzender, maar totaal niet interessant voor de lezer. 

Een nieuwe stroming in het vak wil daar verandering in brengen: generatieve (bedrijfs)journalistiek. Deze term is gebaseerd op het werkwoord genereren, tot ontwikkeling brengen. Wat grondlegger Peter Pula van het in Canada gevestigde Axiom News beoogt is dat interne en externe communicatie een karakter krijgt dat meer vernieuwend is, energie geeft en aanzet tot actie, waarbij need2know en nice2know met elkaar worden verweven. Naar verluidt wordt zowel het werken bij als het leiden van een organisatie daar leuker en succesvoller van.

Stakeholders willen win-Winformatie

Dit sluit aan bij mijn passie om lezers respectvol te informeren op basis van 5 b’s: belangrijk, bruikbaar, betrouwbaar, boeiend en begrijpelijk. Alleen dan komt hun motivatie tot bloei. Dat geldt zowel voor medewerkers, van wie wordt verwacht dat ze zich inzetten, als klanten (voor herhalingsaankopen en aanbevelingen) en andere stakeholders. Door alle belangen met elkaar in balans te brengen ontstaat win-Winformatie.

In dit stuk wil ik in kaart brengen of generatieve journalistiek werkelijk een bijdrage hieraan kan leveren en wat daarbij de succesfactoren zijn. In tegenstelling tot de gebruikelijke opbouw in dit blog (Feiten, Analyse, Conclusies, Toekomst, Samenvatting) hanteer ik een opbouw die gebruikt wordt in de methode Aprreciative Inquiry (AI), waaruit generatieve journalistiek voortkomt. Een indeling in zes AI-fasen (zoals beschreven in een artikel van Lydia Zwiers-Kentie) gebruik ik bij wijze van experiment: Verwoorden, Verdiepen, Verbeelden, Verbinden, Vormgeven en Verwezenlijken). Daarna komt de gebruikelijke Samenvatting. 

Verwoorden

In deze fase van het AI-proces gaat het om definitie, probleemstelling en afbakening van het beleidsterrein:

  • de definitie van generatieve journalistiek (GJ) die ik hanteer is: berichtgeving waarin niet macht of autoriteit centraal staat, maar inzet en kwaliteit op de werkvloer als voorwaarde voor het gezamenlijk succes. Naast of in plaats van een interview met iemand uit de top (directeur, wethouder, consultant), komen medewerkers (of burgers) aan het woord die de kans krijgen de machthebbers en elkaar te laten zien hoe zij hun professionaliteit en betrokkenheid beleven. Zo maakten medewerkers van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen een magazine op advies het Belgische bureau Axiom Nieuws
  • de probleemstelling van een onderzoek is te vergelijken met het begrip invalshoek in de journalistiek. Voor dit stuk is de invalshoek: welke bijdrage kan GJ leveren aan het functioneren van de (bedrijfs)journalistiek? Wordt  werk (in loondienst of ondernemerschap) daar leuker en resultaatrijker van?
  • het beleidsterrein van dit artikel is tweevoudig: publieksjournalistiek (radio, tv, dagbladen, internet) en bedrijfsjournalistiek. Dit laatste vakgebied betreft het periodiek informeren van een of meer groepen stakeholders van een organisatie. Meer daarover in mijn antwoord op de vraag Wat is bedrijfsjournalistiek?

Volgens een artikel op de webiste van Axiom News zijn de vier basisprincipes van GJ:

  • ga in gesprek met de werkvloer, de grassroots van de organisatie en laat ze hun verhaal vertellen
  • stel prikkelende vragen, dat zijn vragen  die voortkomen uit oprechte aandacht en die veilig genoeg zijn voor een eerlijk antwoord en ver genoeg buiten de comfortzone om tot nieuwe antwoorden te leiden
  • schrijf korte bijdragen, die zijn snel te produceren en te lezen (zie af van volledigheid)
  • publiceer meerdere malen per week.
Een uitvoerige versie van dit document staat hier.

GJ heeft een connectie met storytelling, het grote toverwoord voor professionele communicatie, vandaag de dag. Is dat strijdig met journalistiek? Voor traditionele journalisten zijn artikel en verhaal synoniemen, blijkbaar is de betekenis verwant. Raymond Godding beschrijft het communicatieve effect van generatieve verhalen en Jesse van der Wulp gaat in op het belang van journalistiek voor goede contentmarketing. Voor consultant Annemieke Mintjes brengt GJ waardevolle kennis die helpt bij het maken van keuzes en het  bepalen van richting, met en vanuit stakeholders. Verdere toelichting op GJ is te vinden bij Axiom News, in een artikel over het belang van verbindingen.

Versterken wat goed gaat

GJ komt voort uit een drietal kennisdomeinen: Appreciative Inquiry (AI), Open Journalism en Positive Psychology.

AI (ofwel waarderend onderzoek) is erop gericht te versterken wat goed gaat in de organisatie. Dat kan gebeuren volgens de zes fasen van dit artikel, maar ook een indeling in vier fasen (zie schema hiernaast, bron: CoreConnect) is gangbaar. De gebruikelijke manier van organisatieverandering is het opsporen van fouten en deze corrigeren, zoals consultant Coert Visser beschrijft in een artikel op Managementsite. Dan lijkt het alsof de organisatie een machine is met een defect in een technisch, lineair proces. In werkelijkheid is een organisatie een complex geheel van simultane processen die worden gevoed door kennis, houding en gedrag van individuen met uiteenlopende achtergronden, overtuigingen, aspiraties en emoties. AI gaat ervan uit dat hun loyaliteit een onuitputtelijke bron is van energie, waardoor het aanwijzen en analyseren van fouten veel minder effectief is dan het waarderen van wat goed gaat. Bijvoorbeeld door hiervan te leren en dit inzicht te verspreiden in de organisatie.

AI ontstond toen bedenker David Cooperrider ontdekte dat positieve beelden betere oplossingen gaven dan negatieve. In 2004 maakte Kofi Anan als secretaris-generaal bij de VN gebruik van AI voor het vormgeven van een conferentie over burgerschap. Mij is niet bekend of dit vaker is gebeurd.

Open Journalism is een benadering waarvan het Britse dagblad The Guardian een exponent is. Deze webpagina van het dagblad bevat berichtgeving en opinies in dat kader, waarbij het onder meer gaat om maatschappelijke openheid in weerwil van grote belangen en een sterke sensitiviteit voor wat er leeft onder lezers en andere stakeholders. Ook dialoog en transparantie zijn belangrijke begrippen. Een artikel in De Nieuwe Reporter legt uit dat samenwerking tussen journalisten en inhoudelijk deskundigen cruciaal is om online gratis hoogwaardige informatie te kunnen aanbieden.

Positive Psychology is een stroming in de psychologie die uitgaat van kijken naar kracht en kansen, niet (primair) naar zwaktes en gevaren. Dit artikel op Wikipedia geeft toelichting.

Bottom-up en top-down

Ik denk overigens niet dat alle nieuws vanuit de grassroots komt. De waarde van communicatie bottom-up wordt zeker onderschat. Ook bij bedrijven is het goed om de doelgroep te informeren over een gezellig personeelsfeest, een eerbiedwaardig jubileum en de toewijding waarmee de werkvloer dagelijks instructies uitvoert. Maar er zijn niet veel lezers die verstoken willen blijven van nieuws over belangrijke beleidsmaatregelen, marktontwikkelingen en nieuwe strategische formules. Het kan juist heel interessant zijn om de abstracte grootschaligheid van de top te combineren met de concrete beleving in de praktijk bij hetzelfde onderwerp. Dat kan voor de hele organisatie zeer lezenswaardig en motiverend zijn.

Voor wie van mening mocht zijn dat een positieve houding tegenover de mensheid niet feitelijk van aard is en daarom niet bruikbaar, dit verhaal over een Amerikaanse lerares die haar klas toekomst gaf.

Verdiepen

In deze fase van het AI-proces gaat het om observatie met aandacht om op basis van gedeelde waarden en ambities met als doel te versterken wat goed gaat.

Journalisten voor publieksmedia hebben de neiging spraakmakend te zijn door het uitvergroten van negatieve aspecten van een situatie en negatieve gebeurtenissen uit het verleden. Daarmee geven ze duiding aan het heden en hun verwachting aan toekomst. Journalisten zijn cynisch over de invloed van belangen en machtsverhoudingen op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast steken journalisten veel energie in het behoud van de relatie met bronnen waarop ze in de toekomst een beroep willen doen. Hierdoor kan de berichtgeving meer worden gekleurd dan lezers, kijkers en luisteraars soms kunnen vermoeden.

Machtsverhoudingen

Bedrijfscommunicatie gaat vaak over besluiten die achter een bureau worden bedacht, aan een overlegtafel genomen, en vervolgens maar de werkvloer overgebracht. Daar weten ze om te gaan met een boodschap die tegenstrijdig of onuitvoerbaar is, maar als de lasten en lusten van een maatregel onevenwichtig worden verdeeld is er wel een probleem. Op zo’n moment spreekt de top van ‘weerstand’ die moet worden bestreden door de communicatie te intensiveren en de laten zien dat de plannen goed bedoeld en nodig zijn. De kans bestaat altijd dat de machtsverhoudingen uiteindelijk bepalend zijn en het plan wordt doorgedrukt.

Zijn de fenomenen in de twee bovenstaande alinea’s een probleem? Ik denk wel dat er veel nadelen aan zitten, maar of een oplossing dichterbij komt door de oorzaken te analyseren en te verhelpen is de vraag. Bij een dergelijke aanpak ontstaan vaak tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen degenen die het probleem zogenaamd veroorzaken en degenen die ervan te lijden hebben. De veroorzakers worden misschien naar een opleiding gestuurd om hun gedrag te veranderen en de anderen kunnen afwachten tot het zover is. Dat gaat meestal niet werken, alleen al omdat er geen gezamenlijk beeld is van de situatie. Daarnaast ontbreken vaak een gedeelde verantwoordelijkheid en een gemeenschappelijke ambitie.
Deze tabel bevat een vergelijking tussen drie vormen van journalistiek. Negatieve kanten kunnen wat uitvergroot raken omdat het gaat om stereotypen. Dit geldt ook voor de generatieve kolom: journalisten van deze stroming zijn gewone mensen, dus net zo min perfect als anderen.

Vanzelfsprekendheid en verwondering

Zelf worstel ik nog met de term axioma. Ik associeer dit met vanzelfsprekendheid, terwijl het eigen is aan de journalist zich zo lang mogelijk te verwonderen. De term axioma past voor mij net zo min bij de journalistiek als canard. En net zo min als dogma bij een vrijzinnige kerk, verstopte afvoer bij een loodgieter en griep bij een huisartsenpraktijk. Maar mijn mentor, communicatiestrateeg Sijmen van Wijk, ziet axioma juist als een heel sympathieke term: “Voor mij betekent axioma dat je uitgaat van een waarheid, wetende dat deze onbewezen is. Omdat de waarheid nooit helemaal kenbaar is, vind ik het heel integer om dat openlijk te accepteren. Een axioma zegt dat twee evenwijdige lijnen elkaar snijden in het oneindige. Onze ogen zeggen dat twee spoorstaven elkaar snijden aan de horizon, terwijl we weten dat dit niet waar is.”

Vanuit waarderend omgaan met de term axioma zie ik een klankovereenkomst met actie (daadkracht) en AI. Daarnaast zou de noodzaak van dialoog op de werkvloer voor managers best wat meer vanzelfsprekend (axiomatisch) kunnen zijn. 

Verbeelden

De journalistiek is hard op zoek naar nieuwe verdienmodellen en ook naar nieuwe contentmodellen. Bij de verdienmodellen gaat het om productformules die toegevoegde waarde bieden voor de klanten (kopers van losse afleveringen, abonnees, bezoekers van de website en adverteerders). Bij contentmodellen gaat het om het proces dat leidt naar de samenstelling van hoogwaardige content waar de lezer geld voor overheeft. En daarnaast ook tijd, zodat ook adverteerders geïnteresseerd zijn. Als de huidige spelers in sector willen overleven zullen ze rendement moeten realiseren mede op basis van innovatie.

Hoe ziet de publieksjournalistiek er idealiter uit over een jaar of tien? Ik denk dat hierbij sprake kan zijn van de volgende kenmerken die zowel de kwaliteit als de economische positie van de sector kunnen verbeteren:

  • bij ieder bericht van meer dan een paar honderd worden komen altijd twee of meer stakeholders aan het woordjournalisten ervaren kritiek als een kans om te leren en niet meer als een aantasting van de persvrijheid
  • transparantie over de eigen werkwijze door middel van statistieken met aantallen: anonieme bronnen, hoe vaak een onderwerp een proefballon was (misbruik van de pers), het aantal (on)terechte klachten en natuurlijk ook het aantal feitelijke fouten dat zonder klacht aan het licht kwam
  • lezers die via de media informatie krijgen van een nieuwsfeit waar ze bij aanwezig waren of over een onderwerp waarin ze deskundig zijn, voelen minder verbazing of woede en meer herkenning
  • in de journalistiek functioneert een toezichthouder die (net als een accountant) beëdigd en namens de samenleving vertrouwelijk audits maakt van de gehanteerde werkwijze bij alle professioneel opererende media en jaarlijks een openbaar oordeel geeft over de zorgvuldigheid
  • journalisten vragen zich consequent af ‘als mijn lezer een besluit neemt op basis van de door mij verstrekte informatie (bijvoorbeeld wat ze gaan stemmen bij de verkiezingen), komen ze dan van een koude kermis thuis?’
  • journalisten worden aangesproken op het zoeken van nieuwe invalshoeken, zodat ze niet meer allemaal achter de zelfde hype aanrennen
  • media werken projectmatig: ieder onderwerp waarover de afgelopen X-tijd is bericht wordt dagelijks bijgewerkt, zodat wie daarvoor wil betalen altijd zicht heeft op de actuele situatie. Bijvoorbeeld: hoe staat het met ‘vergeten oorlogen’, en wanneer staat een bepaald wetsvoorstel op de agenda van de Kamer?
  • journalisten anticiperen op gebeurtenissen, dat wil zeggen dat ze gemotiveerd (dus zonder speculeren) berichten over de meest waarschijnlijke scenario’s en wat er voor nodig is om de waarschijnlijkheid ervan te vergroten of te verkleinen. Vooral de voorspellingen van machthebbers over de beoogde resultaten van hun beleid mogen worden vergeleken met de werkelijke resultaten
  • en journalisten zijn in staat het belang van machthebbers te relativeren. Als ik wil weten of de Iran plannen heeft voor kernwapens kan ik afgaan op toespraken van presidenten of ministers over de hele wereld, maar misschien zegt dit filmpje van NOS-correspondent Sander van Hoorn wel meer.


 Als de bedrijfsjournalistiek volwassen is geworden, is de situatie deels vergelijkbaar:
  • bij ieder bericht van meer dan een paar honderd woorden komen twee of meer stakeholders aan het woord
  • openheid wordt door opdrachtgevers en bedrijfsjournalisten gezien als een kans om te leren en niet meer als een aantasting van de hiërarchie
  • transparantie over de eigen werkwijze door middel van statistieken met aantallen: anonieme bronnen, hoe vaak een onderwerp een proefballon was (misbruik van de pers), het aantal (on)terechte klachten en natuurlijk ook het aantal feitelijke fouten dat zonder klacht aan het licht kwam
  • lezers die via de media informatie krijgen van een nieuwsfeit waar ze bij aanwezig waren of over een onderwerp waarin ze deskundig zijn, voelen minder verbazing of woede en meer herkenning
  • in de journalistiek functioneert een toezichthouder die (net als een accountant) beëdigd en namens de samenleving vertrouwelijk audits maakt van de gehanteerde werkwijze bij alle professioneel opererende media en jaarlijks een openbaar oordeel geeft over de zorgvuldigheid
  • journalisten vragen zich consequent af ‘als mijn lezer een mening vormt op basis van de door mij verstrekte informatie (bijvoorbeeld op wie ze stemmen bij de OR-verkiezingen of steun uitspreken voor een bepaalde beleidsmaatregel), kunnen ze daar dan van op aan en behouden ze hun motivatie?’
  • opdrachtgevers geven bedrijfsjournalisten de ruimte om hun expertise te leveren en luisteren naar hun adviezen.
Klik op de foto voor de uitzending van VPRO Tegenlichte over De kapitale kracht van geluk.
VPRO Tegenlicht over De kapitale kracht van geluk, met de Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler.
Peter Pula vertelde tijdens een workshop in Amsterdam op 18 februari dat bij een organisatie die in de externe communicatie generatief ging werken, aanvankelijk veel interne weerstand bestond. Een kleine groep van professionals die wel meedeed kreeg direct een enorme respons uit de markt, wat voor anderen reden was dit initiatief een kans te geven. De verklaring van Pula: “Door de uitwisseling van grassrootsverhalen op gang te brengen wordt de ontwikkeling kennis en loyaliteit van stakeholders veel sterker. Dat verbetert de motivatie en de onplooiingskansen van medewerkers en de organisatie profiteert daarvan bij het nemen van besluiten, zowel op operationeel als tactisch en strategisch niveau.”

Verbinden

Wat zou generatieve journalistiek kunnen bijdragen aan het realiseren van de in de vorige paragraaf genoemde twee visies? Aangezien GJ is gebaseerd op AI kunnen we eerst kijken wat AI met journalistiek gemeen heeft. Dat is de I van AI die staat voor inquiry, onderzoek. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij toepassing van het principe van hoor en wederhoor. Een onderzoekende houding blijkt ook bij het uitgangspunt dat een uitlating van een bron niet wordt gepubliceerd voordat deze is bevestigd door een andere bron. De A in AI staat voor appreciative: waarderend, uitgaan van positieve intenties en kwaliteiten bij alle betrokkenen. Daar doet zich een tegenstelling voor met de journalistiek die graag uitgaat van negatieve intenties (eigenbelang) en onvermogens.
 
Maar dat is heel generaliserend. Het is binnen AI gebruikelijk om specifiek te kijken welke stakeholders er bij een vraagstuk zijn en wat hun houding is om vervolgens hun behoeftes te verbinden tot een win-winsituatie. Dat wil ik in deze paragraaf doen.

Lezers en adverteerders

Voor de publieksjournalistiek kies ik het perspectief van de stakeholdergroepen lezers en adverteerders, aangezien zij voor de economische positie van de sector momenteel cruciaal zijn. Over de consequenties voor andere stakeholders (redactie, bronnen, drukkerij, samenleving e.a.) gaat de auteurs dezes graag met u in gesprek.

De lezers (kijkers, luisteraars) van een publieksmedium hebben onder meer de volgende behoeftes:
  • informatie over nieuwe ontwikkelingen die voor hen van belang zijn
  • aanbod van deze informatie op een boeiende manier. Niet alleen woorden, ook beelden en andere sensaties: verhalen, metaforen, emoties. Een overzicht van alle factoren die impact en herinnering stimuleren is de Smashin’ Scope van de Britse geheugendeskundige Tony Buzan
  • identificatie, zowel met personen in het nieuws (‘wat zou ik doen als ik in de schoenen stond van ...?’) als met degenen met wie het nieuws wordt besproken (delen van woede, bezorgdheid, plezier etc)
Adverteerders hebben de volgende behoeftes:
  • interesse bij lezers zodat de fascinatie waarmee ze kennisnemen van het nieuws blijft bestaan bij het bekijken van advertenties
  • duidelijkheid over de kenmerken van lezers zodat beslissingen over de plaatsing van advertenties heel gericht en met kans op succes worden genomen
  • synergie met de redactionele planning bijvoorbeeld bij themanummers (het gaat hier puur om de planning, de inhoud van de berichtgeving blijft onafhankelijk, anders zou de informatiewaarde voor de lezer verloren gaan)
  • meetbaarheid van resultaten.

Stijgende fascinatie

Als het klopt dat GJ leidt tot het intensiveren van het contact met lezers, zal er steeds meer wederzijds begrip komen. Lezers begrijpen beter hoe het nieuws tot stand komt (bijvoorbeeld waarom een krant niet zo actueel kan zijn als de radio) en de media krijgen door waarover de lezer meer wil weten en hoe ze die informatie kunnen presenteren. De fascinatie van lezers zal hierdoor toenemen, zodat ook adverteerders meer tevreden zijn.
 
Dat is een heel positief scenario. Natuurlijk kan het ook anders lopen: de dialoog met lezers kost zoveel tijd dat medewerkers het gevoel krijgen dat ze tijd verspillen zonder dat het wat oplevert. In de top wordt dan gesproken van inefficiency en dan is verlies van arbeidsplaatsen een veelvoorkomend adagium.

Cynisme heroverwegen

En er zijn nog meer scenario’s denkbaar. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe het werkelijk gaat en wat de succesfactoren zijn. In elk geval lijkt het positieve scenario niet alleen logisch, het komt ook voor in de praktijk. Een belangrijke succesfactor is in elk geval dat journalisten zelf voordelen zien van deze werkwijze zodat zij hun neiging tot cynisme kunnen heroverwegen, al is het maar tijdelijk. 

Journalisten zijn doorgaans goed in staat hun lerend vermogen te verstoppen achter redeneringen rond machtsverhoudingen en de behoefte aan een goede relatie met bronnen. Toch zijn journalisten, net als alle andere professionals, lerend ingesteld omdat zij grote bevrediging ondervinden door te ontdekken hoe ze hun werk beter kunnen doen. Gebruikmaken van deze houding is wat mij betreft dan ook cruciaal.

Lezer en opdrachtgever

Stakeholders in de bedrijfsjournalistiek zijn onder meer: lezers, opdrachtgever, redactie, ondernemingsraad, thuisfront, leveranciers, omwonenden en overheden. Ik  inventariseer hier de behoeftes van lezers en opdrachtgever en ga graag met u in gesprek over het kweken van synergie met andere partijen.

De belangrijkste behoeftes van lezers van een personeelsblad zijn aldus:
  • de lezer ervaart binding met de organisatie vanuit zingeving en bestaanszekerheid, die wordt uitgedrukt in loyaliteit: een gemotiveerde houding in het werk en terzijde daarvan (bijvoorbeeld buiten werktijd contact leggen met een klant). In ruil daarvoor vragen zij informatie die voor het handhaven van hun loyaliteit relevant is
  • aanbod van de informatie op een professionele manier zodat lezers weten dat de organisatie echt geïnteresseerd is in hun aandacht voor een communicatieve boodschap. Dit betekent evenwicht tussen voorspelbaar en verrassend. Enerzijds wil de lezer zekerheid, geen gerommel met lettertype, schrijfstijl en de verdeling van onderwerpen over het blad.Maar binnen die marge is verrassing nodig om de lezer te boeien: een opmerkelijke foto, een gewaagd onderwerp en een kop die nieuwsgierig maakt.
  • het uitdrukken van de organisatiecultuur op een wijze die herkenning oproept ‘ja, zo gaan wij hier met elkaar om’.
Wat de opdrachtgever wil is:
  • communicatie die motiverend werkt zodat lezers tijdens het werk en daarbuiten weten wat hen te doen staat om de belangen van de organisatie te dienen en zich daar ook naar gedragen
  • daarnaast wil de opdrachtgever dat lezers begrip hebben voor het gevoerde beleid. Ze hoeven niet staan te juichen als een bepaalde vestiging wordt ingekrompen, maar het is wel de bedoeling dat ze dit besluit als gerechtvaardigd beschouwen. Informatie via het personeelsblad kan hierbij een belangrijke rol vervullen
  • en natuurlijk wil de opdrachtgever ook zicht op de waarde van de bestedingen voor het personeelsblad: return on investment in de vorm van hogere productiviteit en daling van ziekteverzuim.
De doorsnee opdrachtgever beantwoordt de vraag ‘wilt u kritiek in het  blad?’ met een bezorgd NEE. En op de vraag ‘wilt u dat het blad geloofwaardig is?’ komt een volmondig JA. Ik denk dat GJ behulpzaam kan zijn bij het aangaan van een dialoog over het spanningsveld tussen deze twee antwoorden. GJ is door de positieve benadering voor niemand bedreigend, dus ook niet voor de hiërarchie, tegelijk is het een manier om te zorgen dat de werkvloer zich eindelijk gehoord voelt. Dat betekent dat de organisatie kan ontdekken wat de waarde is van dialoog, openheid, samenwerking en kennisdeling.

De behoeftes rond magazines voor relaties, leden en donateurs kunnen op een soortgelijke manier in kaart worden gebracht.

Waardering voor loyaliteit

GJ kan bijdragen aan een beter functionerend personeelsblad door te zorgen dat informatie niet alleen inhoudelijk juist is, maar ook inspeelt op de emoties die leven in de organisatiecultuur en in de behoefte van iedere medewerker die waardering zoekt voor zijn of haar loyaliteit.

Uiteraard zijn ook hier negatieve scenario’s denkbaar en is het ook hier de praktijk die uitwijst welke kant het op gaat en hoe de kans op succes kan worden vergroot. 

Vormgeven

In de fase vormgeven gaat het om concrete acties en het definiëren van tussentijdse resultaten.

De onder Verbeelden genoemde innovaties acht ik gewenst voor het bieden van toegevoegde waarde en dus voor een winstgevend mediabedrijf. Naast deze inhoudelijke verbeteringen denk ik dat er ook nog heel veel innovaties nodig en mogelijk zijn om de binding met de klant te versterken door de berichtgeving tot een beleving te maken, zonder dat de kwaliteit ervan wordt aangetast.

Concurrentie drijft media

Een nog niet genoemd probleem is dat de neiging van lezers om ontevreden te zijn over een berichtgeving die de eigen overtuiging op losse schroeven zet. Dit is des te ernstiger omdat mediabedrijven moeten concurreren met andere bedrijven bij het vinden van omzet en financiering.

Het is daarom wat mij betreft ook denkbaar dat de waarde van de pers als bron van informatie voor publieke besluitvorming tot uiting komt in een collectieve financiering, zoals ook sportvoorzieningen in het algemeen belang worden ondersteund vanuit de overheid. Uiteraard moet de financiering volstrekt onafhankelijk zijn en diversiteit garanderen.

Waardering zonder mopperen?

Daarnaast zijn ook op miconiveau (in de grassroots) stappen vooruit te zetten. Het consequent en praktisch hanteren van AI valt niet altijd mee. Dat vereist dat je altijd positief en onbevangen blijft. In werklijkheid is het te begrijpen dat de ergernis jegens een bepaalde collega wel eens hoog oploopt, evenals de weerstand om erover te praten.  Iedereen heeft wel eens behoefte om ongenoegens van zich af te mopperen of om een knelpunt te signaleren. Het getuigt van loyaliteit aan de organisatie om te kunnen zeggen ‘als we niet inspelen op deze ontwikkeling verliezen we veel marktaandeel’. Het is dus erg nodig om de toepassing van AI realistisch te houden en het benoemen van negatieve zaken niet af te doen als een overtreding van de ongeschreven regels.

Daarnaast heb ik de indruk dat beoefenaren van GJ kennis en vaardigheden missen die nodig zijn bij journalistieke werkzaamheden. Ik hoor niemand over het hanteren van een journalistieke formule, het lijkt alsof alle teksten die goed bedoeld zijn en geschreven met respect voor de geïnterviewde per definitie lezenswaardig zijn. Mijn indruk is ook dat er geen besef bestaat van genres, bijvoorbeeld het verschil tussen commentaar, column, rubriek en cursiefje. Of de noodzaak van maatstaven voor het aangaan van dilemma’s rond openheid. Wat doe je als een medewerker tijdens het interview de strategie van de directie ter discussie stelt of claimt dat bepaalde beloftes niet zijn nagekomen?

Feiten, meningen en belangen

Enerzijds zie ik bij beoefenaren van GJ kwaliteiten waarvan het belang in de journalistiek wel eens wordt onderschat: leidinggeven, visie, kennis van de organisatiecultuur en adviesvaardigheid. Tegelijk denk ik dat GJ gebaat zou zijn bij de volgende kwaliteiten:
  • manoeuvreerkunst als ego’s opspelen bij een tekst die volkomen juist is ‘maar het is toch demotiverend als het gezegd wordt’ (een mogelijk antwoord hierop is dat het juist demotiverend is om informatie te krijgen waarvan iedereen weet dat deze onwaar is)
  • schrijfvaardigheid bij het aansluiten van communicatiedoelen (informeringsbehoefte) op de informatiebehoefte van de leze
  • creativiteit bij het vinden van oplossingen hiervoor
  • nieuwsgierigheid en volharding bij het opsporen van relevante feiten
  • feiten scheiden van meningen en belangen
  • eigenwijsheid, de meest onderschatte kwaliteit in de journalistiek: de illusie hebben dat je iets te melden hebt wat de moeite waard is om te verspreiden.
Waar het eigenlijk op neerkomt is het besef dat informatie die wordt opgeschreven en gepubliceerd nog niet vanzelf wordt gevonden, gelezen, overwogen, aanvaard, gedeeld, onthouden en toegepast. Ik heb sinds eind september een aantal pogingen gedaan tot overleg met GJ-professionals, maar het vermoeden dat hierin stappen vooruit gezet kunnen worden is blijven bestaan.

 

Verwezenlijken

Deze fase van het AI-proces gaat over het maken van een plan, de uitvoering ervan en het bereiken van resultaat.

Ik acht mijzelf op het gebied van AI niet deskundig genoeg voor het maken van een plan. Ik denk wel dat het te maken plan. Een belangrijk onderdeel van dit plan zal zijn het doen van onderzoek naar wat het beste werkt door de uitwisseling van praktijkervaringen. Het in kaart brengen van verbeterkansen (oplossingen voor problemen die zich in de praktijk voordoen) dient te gebeuren met oog voor eigenheid van iedere organisatie. Best practices kunnen heel nuttig zijn, maar het blind overnemen ervan is nooit effectief.

 

Samenvatting

Zowel publieksjournalisten als bedrijfsjournalisten kunnen baat hebben bij de generatieve aanpak, het brengen van nieuws volgens de uitgangspunten van Appreciative Inquiry. Dit schept een sfeer van veiligheid, synergie, draagvlak en resultaat. Of dit effect werkelijk duurzaam optreedt moet worden onderzocht. Tot de succesfactoren behoren basiskennis en –vaardigheden op het gebied van journalistiek en het zorgvuldig in kaart brengen van de behoeftes van alle stakeholders. Voor publieksjournalisten vraagt de generatieve aanpak om een cultuurverandering, maar aangezien deze sector eraan toe is om de bakens te verzetten is dat een mooie uitdaging. Binnen de bedrijfsjournalistiek kan GJ helpen om het belang van openheid hard te maken op een manier die de top aanspreekt.

 

Links

Uitgangspunten voor generatieve teksten staan in het document The Greatest Way to Co-Create Your Story.
Voorbeelden van journalistiek met grassrootsaanpak in het Nederlandse taalgebied zijn
Initiatieven op het gebied van generatieve journalistiek:
  • grondlegger Peter Pula is directeur van het in Canada gevestigde Axiom News
  • in Vlaanderen kreeg hij navolging van Axiomnieuws
  • Van Gemert Groep coördineert de oprichting van een Nederlands initiatief.
Een Nederlands AI-leertraject is De waarde van kracht.
Dit is mijn tweede blog naar aanleiding van de workshop van Peter Pula op 18 februari, het eerste blog heet AI :-) een spiegel.
Wilt u een tweet maken over dit blog dan kunt u voor een mention en een verkorte link hier terecht.
Dit plaatje van Peggy Holman brengt ons terug bij de fase Verbeelden: er is van alles mogelijk. Laten we vanuit die inspiratie beseffen dat er veel te Verwezenlijken is. (klik op het beeld voor een vergroting, daarnaast klikken brengt u weer terug naar deze pagina)



woensdag 16 oktober 2013

Praktische transparantie

Heldere informatie als mensenrecht

In het Nederlands hebben we twee spreekwoorden. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Moraliserend en tegelijk relevant. Enerzijds lijkt het alsof technieken voor propaganda en manipulatie steeds meer worden verfijnd, gelukkig ontwikkelt ook het achterhalen ervan zich steeds verder. De volgzame burgers van vroeger werden mondig en vaardig: bij twijfels over uitspraken van een bedrijf of overheid doen ze zelf onderzoek en ze wisselen de resultaten daarvan razendsnel uit.

Dat doet denken aan grondrechten die in het verleden werden bevochten, zoals onderwijs en vrijheid van meningsuiting. Wat mij betreft is ook transparantie bezig uit te groeien tot een mensenrecht: een fundamenteel recht dat organisch ontstaat en wordt afgedwongen door maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Feiten

Waar hebben we het over? Laten we transparantie eerst goed omschrijven: het begint met openheid. Een organisatie die open communiceert houdt rekening met verschillende zienswijzen, gaat in op vragen die bij de doelgroep leven en maakt onderscheid tussen feiten, meningen en belangen. Daarom is de definitie van transparante communicatie: de betreffende informatie is juist, verifieerbaar, consistent en overzichtelijk voor de doelgroep.

Transparantie is daarmee een gevolg van doelgerichte openheid en legt een basis voor vertrouwen. En als vertrouwen herhaaldelijk wordt waargemaakt heeft ook dat een gevolg: stijgende loyaliteit (de mate waarin mensen hun relatie met een organisatie bestendigen). Bijvoorbeeld in de vorm van herhalingsaankopen, aanbevelingen bij anderen of positieve uitlatingen in sociale media. Ook begrip voor impopulaire maatregelen is een belangrijk resultaat. Bij de overheid gaat het dan bijvoorbeeld om het niet ontduiken van belasting en het niet aanspannen van procedures tegen beladen plannen, zoals vestiging van een asielzoekerscentrum of afkickkliniek in de wijk. Voor bedrijven is het van belang dat klanten bij een klacht of een prijsverhoging niet weglopen. En of medewerkers akkoord gaan met een reorganisatie hangt mede af van hun beleving of er rekening met hun belangen is gehouden, bij de bestaande plannen en in het verleden.

Wapensystemen
Al tientallen jaren spelen er kwesties rond transparantie bij publieke discussies. De werkelijke reden voor de VS om in 1991 buiten de VN-Veiligheidsraad om Irak aan te vallen is nooit duidelijk geworden. De officiële versie was dat het ging om mensenrechten in het door Irak bezette Koeweit. Maar als snel kwamen wetenschappers met interpretaties over oliebelangen en het uittesten van nieuwe wapensystemen. Bij de Golfoorlog in 2003 werd de officiële reden heel snel onderuit gehaald: er waren geen massavernietigingswapens in Irak. En actueel: wat kan de reden zijn voor de Tea Party in Amerika om de belangen van de Republikeinse Partij, de nationale economie en zelfs de wereldeconomie op het spel te zetten met het blokkeren van de overheidsfinanciën?

Ook in de Nederlandse politieke verhoudingen spelen transparantiekwesties. In de discussie over de geluidshinder rond Schiphol werd door partijen die voorstander van uitbreiding waren gepleit voor het afschaffen van de geluidsnormen omdat de meetwijze absurd was. Alsof de geluidshinder daarmee werd bestreden. Bij het besluit over de keuze voor een opvolger van de F16 wordt alsmaar niet duidelijk of dit gebeurt vanwege de vermeende kwaliteiten van de JSF of omdat de Nederlandse overheid geen verlies wil lijden op het financiële aandeel dat in dit project is genomen.

Heel actueel zijn natuurlijk ook de onthullingen van Edward Snowden over het project Prism van de Amerikaanse geheime dienst NSA. De doelen en de motieven van Prism lijken niet erg transparant, ook al gebeurt alles uit naam van de democratie. Daarnaast is de vraag hoe groot de transparantie van die enorme hoeveelheid data voor de NSA zelf eigenlijk is. Zou het denkbaar zijn dat door gebrek aan overzicht de echte terroristen niet op tijd worden opgemerkt en door de mazen van het net glippen?

Analyse

Op zich is het begrijpelijk dat overheden en bedrijven terughoudend zijn met transparantie. Het geeft kwetsbaarheid naar anderen (concurrentie, rechterlijke instanties) en als je richting klanten een gewekte verwachting niet kunt nakomen, wek je teleurstelling in plaats van loyaliteit. Bovendien is er dan vaak nog het risico dat die teleurstelling gejuridiseerd word. Bijvoorbeeld bij een ramp zijn betrokken organisaties altijd geneigd tot ‘geen commentaar’ omdat er anders misschien claims worden ingediend. Opvallend is dat daarbij steeds wordt uitgegaan van gevaren en niet van kansen. Zo zegt de Leidse hoogleraar conflict en veiligheid Beatrice de Graaf: “Mensen willen na een ramp excuses, omdat ze dan weer kunnen omgaan met de situatie, niet omdat ze dan schadevergoeding kunnen eisen. Maar als die excuses niet komen, dan komt het accent wel op schadevergoeding te liggen.”


Deskundigen op het gebied van interactie en dialoog heb ik vaak horen vertellen dat mensen best begrijpen dat ze niet altijd hun zin krijgen, zelfs als ze veeleisend zijn. Maar iedereen wil wel gehoord worden en als dat niet gebeurt gaan de hakken in het zand. Het WRR-rapport De menselijke beslisser spreekt in dat kader van procedurele rechtvaardigheid versus distributieve rechtvaardigheid. Wanneer mensen een besluitvormingsprocedure als zorgvuldig ervaren zullen ze eerder hun bezwaren tegen een ongewenst besluit laten vallen. Ook al vinden ze het besluit onrechtvaardig, ze begrijpen dat er een beslissing moet worden genomen en dat niet bij ieder afzonderlijk besluit de lasten en lusten evenredig verdeeld kunnen worden.

Conclusies met verwachting

Tv-toespraak van premier Den Uijl tijdens de oliecrisis van 1973.
Beleidsmakers die zich bij het omgaan met transparantie tot nu toe hebben laten leiden door risico’s zijn toe aan een stevige reflectie. De voordelen van transparantie nemen toe (evenals de noodzaak) en de nadelen worden kleiner. Dat is bijvoorbeeld gebleken tijdens de noodsituatie van de oliecrisis in 1973, waarin harde maatregelen werden afgekondigd zonder dat dit tot veel protesten leidde. De achtergronden staan op Wikipedia.

Toekomst met advies

Dit zijn bouwstenen voor transparantie:

Nulmeting

Door de bestaande transparantie te meten ken je de uitgangssituatie. Daarbij dient de beleving van transparantie in alle niveaus en sectoren van de organisatie te worden onderzocht: in elk geval intern, desgewenst ook extern. Hierbij kunnen vragen en stellingen worden voorgelegd om na te gaan of de organisatie duidelijkheid biedt aan medewerkers en andere stakeholders. Enkele voorbeeldstellingen waarop respondenten kunnen antwoorden met (zeer) eens, neutraal of (zeer) oneens:
  • Ik begrijp het beleid van deze organisatie meestal goed.
  • Als ik het beleid niet begrijp weet ik wat ik moet doen om antwoord op mijn vragen te krijgen.
  • Als ik die vragen stel krijg ik binnen een redelijke termijn antwoord.

 

Stakeholderanalyse

Analyseer de stakeholders en onderzoek hun mening over de inhoud van het beleid, de besluitvorming over het beleid en over de kwaliteit van de relatie met de organisatie.

Verklaring onder ede

Het afleggen van een eed is een maatregel die zowel juridisch als psychologisch werkt naar betrokkenen en degenen met wie zij zaken doen. Strekking van de eed kan zijn dat er gestreefd wordt naar transparantie en op welke normen, waarden en gedragingen de aflegger van de eed aanspreekbaar is.

Schrijf beleidsrapporten op basis van een checklist

Bij een beleidsstuk dat dilemma's bevat (dus dat verder gaat dan puur technische maatregelen) kan de volgende checklist stimulerend zijn voor de transparantie:
  • geef een overzicht van alle betrokken partijen en hun rationele belangen die rond dit onderwerp nagestreefd zouden kunnen worden
  • idem voor de wensen/behoeftes/emoties en ongeschreven regels
  • welke strijdigheden komen hierbij naar voren (tussen ratio en emotie en tussen verschillende partijen)?
  • aan de hand van welke vragen/uitgangspunten worden beslissingen genomen? Wat zijn bijvoorbeeld de maatstaven voor succes?
  • welke vragen moeten volgens de diverse partijen worden beantwoord om een besluit te kunnen nemen? Vinden ze zelf dat die vragen afdoende zijn beantwoord?
  • wanneer wordt een vraag als beantwoord beschouwd?
  • hoe worden afwegingen gemaakt en worden daarbij ook belangen en vragen van anderen betrokken?
  • welke factoren geven meestal de doorslag?
  • wordt een genomen besluit helder verantwoord?
  • wat vinden de partijen van de wijze waarop zij zelf en andere partijen met informatie omgaan (zorgvuldig, open, ...)?
  • hoe verliepen soortgelijke processen bij deze partijen in het verleden? Is er een verwachting voor de toekomst? Is het actuele proces daardoor beladen of kijkt men er laconiek tegenaan?
  • bij welke aspecten bestaat kans op misverstanden?
  • welke behoeftes spelen bij individueel beslissers? (zonder betrokkenen bij naam te noemen aangeven of in de directie zorgen bestaan over de werkdruk of bijvoorbeeld de organisatiecultuur)
Uiteraard hoeft niet ieder van deze elementen in iedere situatie te worden toegepast: als een onderdeel van deze checklist heel veel tijd kost en naar verwachting weinig oplevert, kan ervoor worden gekozen dit achterwege te laten. Zorg wel dat de keuze hiervoor gedocumenteerd wordt zodat deze transparant kan worden verantwoord.

Samenvatting

De voordelen van transparantie nemen toe (evenals de noodzaak) en de nadelen worden kleiner. Tools voor transparantie zijn: (nul)meting, stakeholderanalyse, verklaring onder ede en het gebruik van een checklist.

Er zijn dus veel mogelijkheden om te doen wat de Tilburgse hoogleraar Innovatie Bart Nooteboom bepleit in zijn blogstuk Vertrouwen vergt openheid: 'wordt wakker uit de roes van je macht en neem je verantwoordelijkheid'.

maandag 15 oktober 2012

Willen we geweld lozen?

Hoe broos is geweldloos?

Stel dat we geweld kunnen uitbannen, afstoten, blokkeren, smoren, afwijzen. Of herkennen, hanteren, omvormen, vervangen ... zodat we met respect voor ieders intenties een andere uitingsvorm kunnen kiezen voor angst en drift. Dat lijkt mij een mooi vooruitzicht voor een wereld waarin de Power of WE aan de winnende hand is. Nu dit het thema is van Blog action day 2012, ben ik ervoor gaan zitten. Als we ons willen ontdoen van geweld, wat doen we dan met het woord geweldloos?


In de vorige alinea heb ik twee keer het woord geweld afzonderlijk gebruikt en een keer de twee lettergrepen als onderdeel van het woord geweldloos. Ik heb daarmee mijn lezers drie keer deze term voorgeschoteld, dat is in tachtig woorden een beetje veel voor iemand die als vredelievend te boek wil staan. Dit blogstuk gaat over de vraag: is het zinvol een alternatief te zoeken voor het woord geweldloos?

Feiten in context

Geweldloosheid is het afzien van geweld of het dreigen daarmee. Geweld kan fysiek van aard zijn, maar ook moreel (opleggen van normen en waarden), emotioneel (inspelen op gevoelens van angst of schuld) of manipulatief (knoeien met de waarheid). Een plastische definitie komt van paardentrainer Monty Roberts in zijn boek Wijze lessen voor de mens: “Geweldloosheid betekent je onthouden van uitspraken als ‘je doet wat ik wil of ik doe je pijn’.”

De term geweldloosheid is gebaseerd op het begrip ahimsa dat behoort tot het gedachtegoed van Mahatma Gandhi, vredelievend strijder voor de onafhankelijkheid van India. De letterlijke betekenis van ahimsa is: zonder geweld. Onder geweldloosheid wordt verstaan een levenshouding die recht doet aan al wat leeft en die handelingsvrijheid geeft aan iedereen (inclusief jezelf).

Wanneer de verhoudingen soepel zijn is dat meestal geen probleem. Maar soms is de tijd van mooiweerzeilen voorbij, dan wordt het een uitdaging om zuiver te blijven: opkomen voor jezelf zonder de emoties die spelen (onnodig) te schaden. Hiermee streef je naar een optimaal contact met jezelf en de ander, je gaat daarover met elkaar in dialoog voor een creatieve oplossing.

Mythes

Er is een aantal misverstanden over geweldloosheid, zoals:

  • ‘je laat over je lopen’
    Als je wordt aangevallen en geweldloos blijft, houdt dat niet in dat je geen grenzen aangeeft, zelfbescherming toepast of woede uitdrukt. Wat afwijkt van de traditionele reactie is dat je het accent legt op deëscalatie met respect voor jezelf en de ander
  • ‘je ziet ervan af anderen te beïnvloeden’
    Iedereen beïnvloedt anderen, verbaal en non-verbaal. Geweldloze beïnvloeding gebeurt transparant, je bent erop aanspreekbaar en je bent ook bereid te worden beïnvloed
  • ‘er is een strikte scheiding tussen geweld en geweldloosheid’
    Niemand is permanent gewelddadig, zoals ook niemand permanent geweldloos is
  • ‘het is gemakkelijk’
    Dergelijke gurutaal uit de jaren zestig wordt vandaag de dag niet vaak meer gehoord. Geweldloosheid voorstaan betekent niet dat je altijd redelijk, aardig, tactvol en meelevend bent. Je hebt soms je dag niet, soms verlies je je geduld of word je op een gevoelige plek geraakt. Heel logisch, begrijpelijk, aanvaardbaar en leerzaam. Misschien is dat laatste nog wel de Power of WE in optima forma: je leert van degenen die anders tegen het leven aankijken veel meer dan van degenen met wie je het altijd eens bent. Jezus zei al ‘heb uw vijand lief’
  • ‘het is onhaalbaar en utopisch’
    Iedereen heeft wel eens een conflict uitgepraat, het wederzijdse vertrouwen hersteld en de eerdere interpretatie van wat de ander bedoelde herzien. Wanneer het misverstand achter de rug is geeft dat een diep, dankbaar en onbetaalbaar gevoel van opluchting waar iedereen naar verlangt. Wie dat heeft meegemaakt weet dat het even haalbaar als gewenst is om een vertrouwensbreuk te voorkomen.

Fragment van het Indisch Monument
in Den Haag, waar de Tweede
Wereldoorlog in Azië wordt herdacht
(maker Jaroslawa Dankowa).

Gandhi zocht alternatieven voor het woord geweldloosheid en kwam uit bij waarheidskracht en liefdeskracht. Twee termen die ook niet echt uitblinken qua duidelijkheid: de waarheid is moeilijk te claimen en liefde heeft ook een erotische betekenis. Op een mailinglijst las ik een uitspraak van Marshall Rosenberg (grondlegger van de methode voor geweldloze communicatie) dat hij niet gelukkig is met de term nonviolence, maar dat deze in het Engelse taalgebied zo bekend is dat het moeilijk wordt een alternatief te vinden. Overigens heeft het woord natuurlijk ook pluspunten: waarschijnlijk de grootste naamsbekendheid van alle termen met deze betekenis en vermoedelijk ook de term met het meeste draagvlak onder degenen die er in de praktijk mee bezig zijn.

Analyse

Het is jammer dat er mythes bestaan rond het woord geweldloos, al is dat mede te wijten aan de onduidelijkheid die het woord oproept bij degenen die er niet mee bekend zijn. In mijn vak van communicatiedeskundige wordt onderscheid gemaakt tussen identiteit en imago. De identiteit van het woord geweldloos is de in paragraaf Feiten genoemde betekenis. Maar het imago wordt gevoed doordat de genoemde mythes berusten op een aantal onjuiste interpretaties. Dat het woord zweverig klinkt leidt dan bijvoorbeeld tot reacties als ‘je laat over je lopen’ of ‘het is utopisch’. Daar kun je nog met een goede uitleg op ingaan, maar dat is veel moeilijker bij een interpretatie dat geweldloos een term is die nogal oordelend klinkt. Hoewel voorzichtig omgaan met oordelen juist behoort tot de kern van geweldloosheid, denk ik dat veel mensen dit woord helaas als moraliserend ervaren. Door het woord geweldloosheid te gebruiken is het voor die ander alsof je zegt ‘ik heb meer vaardigheden en mijn morele standaarden zijn hoger dan die van jou’.

Een heel praktisch bezwaar is dat het menselijke brein niet goed overweg kan met ontkenningen omdat het grotendeels onbewust werkt. Bij het woord geweldloos zal de associatie met geweld blijven bestaan, net als ‘een baksteenloos gebouw’ of ‘een asfaltloze weg’ ongemerkt een beeld van bakstenen en asfalt oproepen. Een bordje in een winkel dat zegt ‘wij zijn open tot 18u’ geeft de klanten een meer welkom gevoel dan een bordje ‘wij zijn gesloten na 18u’. Uitdrukkingen als ‘stop Wilders’ en ‘antifascisme’ zullen in veel gevallen een averechtse werking hebben op de sympathie van het publiek voor datgene wat bestreden wordt. Ik kan me nog de oprichting van het Anti-oorlogsmuseum herinneren, gelukkig is het tegenwoordig te vinden op www.vredesmuseum.nl/ .

Alleen wanneer een positieve term echt veel meer woorden nodig heeft is een ontkenning zinvol, zoals bij ‘niet duwen’ op een automatische draaideur of ‘niet vouwen’ op een envelop. Op zich kan dit ook gelden voor geweldloos omdat dit woord zoveel diepgang heeft dat je een uitvoerige beschrijving nodig zou hebben om het te vervangen. In dat opzicht heb ik begrip voor wat de Stichting voor Actieve Geweldloosheid schrijft op de eigen website: “Geweldloosheid staat voor een positieve, actieve en creatieve kracht.” Het zou nog mooier zijn als een compact alternatief wordt gevonden dat meer aanspreekt en daardoor breed in het taalgebruik kan worden opgenomen.

Het zal niet gemakkelijk zijn zo’n term te vinden. Idealiter heeft het woord de volgende kenmerken:
  • positief, dus zonder ontkenning
  • passend bij de betekenis
  • creatief en aansprekend, dus minder zwaar klinkend dan geweldloos
  • verbuigingen zijn mogelijk naar: zelfstandig naamwoord (geweldloosheid), bijvoeglijk naamwoord (geweldloze actie), bijwoord (geweldloos communiceren). Eventueel ook een werkwoord, als equivalent van geweldloosheid toepassen
  • uitgaand van de eigen intenties. Een alternatief voor geweldloos communiceren is voor sommigen: verbindend communiceren. Als ik de betekenis van dit laatste begrip niet kende, zou ik me ongemakkelijk voelen bij iemand die verbindend communiceert omdat ik eerst wil weten wat dat voor mij betekent. Bij een woord dat alleen over de eigen intenties gaat, zal bij gesprekspartners veel minder snel twijfels oproepen of hun behoefte aan veiligheid en autonomie wordt vervuld
  • internationaal bruikbaar, bijvoorbeeld Engelstalig, zodat mensen van verschillende nationaliteiten elkaar begrijpen als ze het woord gebruiken
  • draagvlak onder degenen die al vele (tientallen) jaren in woord en daad met geweldloosheid bezig zijn.

Conclusies met verwachting

De term geweldloos(heid) zal altijd inspirerend blijven voor degenen die de betekenis ervan kennen, theoretisch en/of praktisch. Maar het ziet ernaar uit dat de minpunten van deze term een algemeen gebruik in de weg staan, tenzij het lukt om de betekenis meer bekendheid te geven en de inspiratie te verspreiden. Maar het zijn juist de minpunten die de kans hierop verkleinen en ik acht het dan ook waarschijnlijk dat de discussie of er geen betere term in cirkels zal blijven ronddraaien. Dat is op zich niet erg, maar het zou effectiever zijn om energie te steken in toepassing van geweldloosheid.

Toekomst met advies

Een heel bewuste keus voor handhaving van geweldloos of voor een alternatieve term is gewenst. Alternatieven die voldoen aan de genoemde kenmerken kunnen worden bedacht op basis van waarden die met geweldloosheid samenhangen. In de Nederlandse taal zijn dat bijvoorbeeld:
  • compassie 
  • verbinding zoekend
  • constructiviteit
  • contact
  • creativiteit
  • openheid
  • positiviteit
  • respect
  • synergie
  • vrede (vredevol, vreedzaam, vredig)
  • weldaad


Het vervolg van de discussie kan dan gaan op basis van crowdsourcing, via sociale media en zo veel mogelijk wereldwijd:

  1. de bovenstaande lijst wordt eerst verder aangevuld met nieuwe suggesties zodat de keus ruim is
  2. ook begrippen uit andere talen kunnen worden toegevoegd, bijvoorbeeld uit het Sanskriet ahimsa. Esperanto komt eveneens in aanmerking: dit wordt gezien als een taal die bruggen slaat en die bovendien cultureel ‘neutraal’ is, terwijl een op het Engels gebaseerde term wellicht op weerstand stuit op andere continenten. Vrede in Esperanto is paco, met een beetje creativiteit ontstaan dan pacoparol (vredespraak) en pacofaro (vredesdaad)
  3. vervolgens wordt in kaart gebracht voor welke termen verbuigingen mogelijk zijn naar de diverse woordsoorten (voor zoveel mogelijk talen). Aangezien taal een levende entiteit is, mogen hierbij nieuwe woorden, klanken en combinaties worden bedacht
  4. daarna kan de taalgebruikers worden gevraagd naar hun voorkeur via een (internationale) webenquête, waarin belangrijke vragen zijn: welk woord spreekt u het meeste aan? en welk criterium weegt voor u het zwaarste?
  5. dan komt de fase om een keuze te maken op basis van draagvlak bij de taalgebruikers. Wie dat kan doen, zal in de loop van het proces blijken. Idealiter zou de Algemene vergadering van de VN hiervoor in aanmerking komen.

Samenvatting

Geweldloosheid is een prachtig begrip dat voorziet in de behoefte van mensen aan inzichten om conflicten vreedzaam en adequaat op te lossen. Doordat deze term in meerdere opzichten niet goed wordt begrepen, blijft de verspreiding ervan beperkt. Dit is jammer voor heel veel wereldburgers die behoefte hebben aan deze inzichten: ouders en onderwijzend personeel plus de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd, bewoners die hun buurt als onveilig ervaren, medewerkers van hulpdiensten, uitkeringsinstanties en beveiligingsbedrijven. Natuurlijk ook politici en eigenlijk iedereen. De verspreiding van deze inzichten wordt gemakkelijker als een term wordt gevonden die als minder zwaar en meer inspirerend wordt ervaren. Of deze indruk door anderen wordt gedeeld plus het zoeken en inventariseren van alternatieven is een proces waarin iedereen kan participeren.

Gedreven door de Power of geWEldloosheid hoop ik dat dit gebeurt.

Links